Programma




Programma 15Juli 2017 - Aanvang 15:00 uur
Ibach orgel (1868) - Broederenkerk - Deventer




Programma  
   
1. Alexandre Guilmant  Entrée
    (1837-1911)       uit Sonate no. VII, opus 89 in Fa majeur 
   
2. Max Reger Vier orgelkoralen uit opus 67
    (1873-1916)     a. Gott des Himmels und der Erden
      b. Jesu meine Freude
      c. O Gott, du frommer Gott
      d. Lobe den Herren, den mächtigen König
   
3. Alexandre Guilmant  Intermezzo d mineur     
        uit Sonate no. VII, opus 89 in Fa majeur 
   
4. Josef Rheinberger  Pastoral-Sonate, opus 88 in G-dur 
    (1839-1901)     Pastorale
      Intermezzo
      Fuga
   
5. Henry Gagnebin uit: Pièces d‘ orgue sur les Psaumes Hugenots  (1951)
    (1886-1977)     a. Psaume CV:  Que son grand nom partout semé
      b. Psaume LXIII  - 1e partie: Et j’etais devant son silence
                                  - 2e partie:  Et je renais á la lumière
      c. Psaume XXIV:  La voix du Seigneur tonnant
   
6. Charles Marie Widor Toccata uit Symphonie V opus 42 en Fa
    (1844-1937)  
   



Programma voor het concert 
op zaterdag 15 juli 2017, aanvang 15:00 uur’
te geven door Jan Kleinbussink
op het Ibach-orgel (1868) van de Broederenkerk te Deventer 

Toelichting 

Een programma, geheel toegespitst op het robuuste en karakteristieke klankkarakter van het fraaie Ibach-orgel in de Broederenkerk te Deventer. Alexandre Guilmant opent zijn VIIde Sonate met een majestueuze ‘Entree’, hier gekozen als opening van het concert. Guilmant is één van de grootste organisten en componisten uit de tweede helft van de 19de eeuw. Samen met zijn vroegere studiegenoot Charles-Marie Widor (zie programmapunt 6) behoorde hij tot de toonaangevende musici in Parijs. Als docent, verbonden aan het Parijse Conservatoire National Supérieur de Musique, was hij een gezocht docent en heeft hij vele vooraanstaande organisten opgeleid. Guilmant maakte gedurende zijn leven drie concertreizen naar de USA. Naast componist was hij een groot improvisator en (opmerkelijk voor zijn tijd) zeer geïnteresseerd in de orgelwerken uit Renaissance en Barok, waarvan hij talloze nieuwe edities maakte en zo deze ‘oude’ muziek weer opende voor zijn tijdgenoten en leerlingen Hij schreef maar liefst 20 sonates voor orgel, werken die kwalitatief op één lijn staan met de 10 orgelsymfonieën van Widor. Zijn taal is zeer orkestraal gedacht, alle instrumentengroepen uit het symfonieorkest zijn in zijn orgelwerken traceerbaar. 

Evenals Joh. Seb. Bach schreef ook Max Reger een ‘Orgelbüchlein’, een serie van 52 orgelkoralen over gezangen uit de liedbundels van zijn tijd, liederen die ook Bach al vaak gekend heeft (in sommige gevallen ook heeft gewerkt) en waarvan de wortels soms tot in de 16de eeuw terug gaan. Een viertal kleinoden uit deze bundel worden bij het tweede programmapunt ten gehore gebracht. Soms verstilde, soms uitbundige muziek, maar doortrokken van grote creativiteit en ambachtelijkheid met momenten van prachtige polyfone en harmonische vondsten. Bijna ongemerkt binnenschuivende chromatische lijnen tegenover de koraalmelodie, voegen deze bewerkingen een heel persoonlijke en romantische dimensie toe aan een bekend kerklied.

 Centraal in dit programma staat Rheinberger’s Pastoral-Sonate opus 88. Evenals Guilmant en Widor wordt ook Rheinberger gezien als één der hoekstenen van de orgelkunst in de tweede helft 19de eeuw. Rheinberger volgde zijn muziekopleiding in München, waar hij onder andere onderwijs volgde bij Franz Lachner. Gedurende de vijftiger jaren van de negentiende eeuw verdiende hij in die stad zijn levensonderhoud door orgelspel en met componeren. Rheinberger schreef meer dan tweehonderd werken voor koor, orkest en solisten. Zijn composities voor orgel behoren tot zijn meer bekende  oeuvre, waartoe (evenals Guilmant) ook een twintigtal orgelsonates behoren. De Pastoral-Sonate verbindt ideeën van de pastorale en van een vrije vierstemmige fuga met de basismelodie van de 8ste Gregoriaanse psalmtoon. Aanvankelijk lijken deze elementen los van elkaar te staan maar aan het eind van de fuga vindt de reeds verwachte synthese plaats van alle muzikale bouwstenen in dit prachtige werk. 

Ook tussen de Zwitserse componist Henri Gagnebin en Parijs bestaat een link. Gagnebin ging in 1908 naar Parijs studeerde onder anderen bij Vincent  d’Indy en Louis Vierne. In 1916 werd hij benoemd als organist aan de Temple te Saint-Jean in Lausanne en als docent compositie aan het conservatoire. In 1925 verruilde hij Lausanne met Geneve en tot aan zijn dood in1961 werkte hij aldaar al directeur van het conservatorium. Gagnebin schreef muziek voor vrijwel alle bezettingen (met uitzondering van opera), maar zijn werk wordt thans nog nauwelijks uitgevoerd. Ten onrechte, mijns inziens.  Zijn meer dan 100 Psalmbewerkingen over de melodieën van het Geneefs psalter dateren uit de jaren 1950 en 1960 en dragen een geheel eigen en vernieuwend karakter en verlengen in bepaalde werken weer de lijn Bach-Reger tot in het idioom van de 20ste eeuw. Verrassend nieuw, maar ook weer herkenbaar.  

Tenslotte de bekende Toccata uit de Vde Symfonie van Widor, minimalistische muziek en ook feest der herkenning. Na één maat zijn alle muzikale bouwstenen voor het gehele werk al neergezet. Meer komt er niet. Dat het toch tot het einde toe een spannend stuk is, komt vooral door de verrassende en creatieve harmonische vondsten, en de kleurrijke registraties, die telkens weer een nieuw licht op de toccata-mantra laten schijnen.

JanKlb