Goldberg variaties







Zondag 11 oktober 2015. - Voorm. Doopsgez. Kerk te Baard.
(uitverkocht / besloten) - Aanvang 15:00 uur

Zondag 18 oktober 2015. - Dorpskerk te Wilp - Aanvang 15:00 uur

Zaterdag 09 januari 2016. - op het Rubio-klavecimbel t.h.v. Nico van Schouwenburg
Voorschoten

Vrijdag 20 mei 2016 - Centrale hal Noordnederlands trein- en trammuseum Zuidbroek (Gr.)
Aanvang 20:15uur

Zondag 27 augustus 2017 - Woudkapel Bilthoven
Aanvang 15:00uur

Vrijdag 8 september 2017 - Grote of st.Gudulakerk te Lochem
Aanvang 20:00uur


Joh. Seb. Bach

Clavier Übung IV-ter Teil
BWV 988

Aria mit 30 Veränderungen
(Goldberg Variaties)

uitgevoerd door
Jan Kleinbussink - klavecimbel




PROGRAMMA

EERSTE DEEL
Aria
Variatio 1. a 1 Clav. (polonaise)
Variatio 2. a 1 Clav. (trio)
Variatio 3. a 1 Clav. Canone all' Unisuono
Variatio 4. a 1 Clav.
Variatio 5. a 1 ovvero 2 Clav.
Variatio 6. a 1 Clav. Canone alla secunda
Variatio 7. a 1 ovvero 2 Clav. al tempo di giga
Variatio 8. a 2 Clav.
Variatio 9. a 1 Clav. Canone alla terza
Variatio 10. a 1 Clav. Fughetta
Variatio 11. a 2 Clav.
Variatio 12. a 1 Clav. Canone alla quarta
Variatio 13. a 2 Clav.
Variatio 14. a 2 Clav.
Variatio 15. a 1 Clav. Canone alla quinta, andante

TWEEDE DEEL
Variatio 16. a 1 Clav. Ouverture
Variatio 17. a 2 Clav
Variatio 18. a 1 Clav. Canone alla sesta
Variatio 19. a 1 Clav.
Variatio 20. a 2 Clav
Variatio 21. a 1 Clav. Canone alla settima
Variatio 22. a 1 Clav. alla breve
Variatio 23. a 2 Clav
Variatio 24. a 1 Clav. Canone all'ottava
Variatio 25. a 2 Clav. Adagio
Variatio 26. a 2 Clav
Variatio 27. a 1 Clav. Canone alla nona
Variatio 28. a 2 Clav
Variatio 29. a 1 ovvero 2 Clav.
Variatio 30. a 1 Clav. Quodlibet
Aria da capo e fine


HISTORIE

Barokmuziek is een taal en Bach een meesterverteller. De Goldberg-variaties zijn een waar hoogtepunt van Bach’s muzikale vertelkunst en zijn genialiteit als componist.

Rond 1741 schreef Joh. Seb. Bach een variatiewerk, dat decennia later bekend zou worden als de Goldbergvariaties. Bach zelf publiceerde het werk als het vierde deel in de cyclus ‘Clavier-Uebung’. Het verhaal wil echter dat Bach dit werk schreef op uitnodiging van graaf Von Keyserlingk (de Russische gezant aan het hof van Dresden), die vanwege een ziekte leed aan slapeloze nachten en graag de tijd wilde doden met het luisteren naar fraaie muziek, die zijn geest ontspande. Zijn privé-musicus, de jeugdige klavecinist Johann Gottlieb Goldberg (1727-56), die omstreeks 1745 nog een jaar leerling van Bach is geweest, heeft het werk geheel of gedeeltelijk aldus diverse malen voor de graaf uitgevoerd en naar hem is deze variatiecyclus later vernoemd. Dat de graaf diep onder de indruk was van de kwaliteiten van Bach’s compositie, blijkt wel uit zijn beloning: Bach kreeg voor het werk een gouden bokaal, gevuld met maar liefst 100 Louis d’Or, een vorstelijk bedrag en waarschijnlijk het hoogste honorarium dat hij ooit heeft ontvangen.

Deze historie, in 1802 opgetekend door Bach’s eerste biograaf Johann Nikolaus Forkel en als toelichting opgenomen op de cover of in het booklet van menig LP of CD wordt thans echter als slechts gedeeltelijk betrouwbaar beschouwd. Bach heeft het werk nagenoeg zeker in de periode 1739-1741 geschreven en destijds gepland als IVde deel en apotheose van zijn vierdelige serie ‘Clavier-Übung’. De titelpagina van het werk bevat ook geen persoonlijke opdracht (wel gebruikelijk in Bach’s tijd) en de naam ‘Goldbergvariaties’ ontbreekt eveneens. Op het schutblad van de IVde Clavier-Übung (zie bovenstaande afbeelding) liet Bach de volgende titel afdrukken:

Clavier Übung
in einer
A R I A
mit verschiedenen Veraenderungen
vors Clavicimbal
mit 2 Manualen.
Denen Liebhabern zur Gemüths•
Ergetzung verfertiget von JOHANN SEBASTIAN BACH
Königl. Pohl. und Churfl. Saechsl. Hoff-
Compositeur, Capellmeister, u. Directore
Chori Musici in Leipzig.
Nürnberg in Verlegung



Balthasar Schmids.

Wezenlijk op deze titelpagina is wat Bach aan zijn eigen naam toevoegt (vertaald): Koninklijk, Pools en Keurvorstelijk Saksisch Hofcomponist, Kapelmeester en Directeur van de koren en musici in Leizpig. Directeur van de koren en musici in Leizpig was Bach al sinds 1723. Maar Hofcomponist was hij pas in 1736 geworden. Bach hechtte duidelijk groot belang aan deze titel die hij bewust als eerste noemt. Ook op de titelpagina zijn Clavier-Übung III voor orgel (met de Es-dur Praeludium und Fuge en een reeks koraal-bewerkingen), twee jaar eerder verschenen in 1739, worden deze functies ook en in exact dezelfde volgorde vermeld. Het is bekend dat Bach de zo begeerde titel ‘Hofcomponist’ op uitdrukkelijke voorspraak van graaf Von Keyserlingk heeft verkregen. Misschien heeft dit gegeven Bach geïnspireerd bij het schrijven van het werk. In ieder geval heeft Bach zijn weldoener eind 1741 persoonlijk een eerste exemplaar van de gedrukte Goldberg-variaties overhandigd. We mogen dan ook aannemen dat het aanbieden van dit werk gezien mag worden als een betuiging van hoogachting en dank. De jonge Goldberg was op dat moment al wel enkele jaren protegé en persoonlijk klavecinist van de graaf.

OPBOUW

Het uitgangspunt voor de Goldberg-variaties is een prachtige, verstilde aria, een sarabande van 32 maten, met een tijdelijk rustpunt in het midden (16 + 16 maten). Bach’s tweede vrouw Anna Magdalena noteerde de Aria persoonlijk in haar tweede Klavierbüchlein (1725), dat haar echtgenoot met liefde en toewijding voor haar had samengesteld. De componist staat niet vermeld, maar het is onmiskenbaar de hand van Bach. Daarna volgt een bouwwerk van dertig variaties op dit vertrekpunt. Een vergelijking met de schilderkunst dringt zich op: dertig miniaturen, geschilderd over hetzelfde onderwerp, maar steeds vanuit een andere invalshoek of andere lichtinval en met steeds nieuwe accentueringen. De variaties richten zich daarbij niet op de melodie van de aria, maar volgen uiterst nauwkeurig het harmonisch verloop van de uit 32 'fundament-noten' opgebouwde baslijn. Na dertig variaties volgt een herhaling van de Aria als bekroning van het gehele werk.

De eerste acht basnoten van het thema:


zijn al door diverse componisten voor Bach, ook als basis voor een variatievorm, gebruikt, o.a. door Monteverdi, Purcell en Händel. Bach breidde dit gegeven uit tot een geheel van 32 (= 8+8+8+8 = 2x16) maten (of bastonen) en gebruikte dit schema voor iedere variatie afzonderlijk.

Deze baslijn vormt aldus het uitgangspunt voor een cyclus van 10 groepjes van 3 variaties, iedere groep steeds beginnend met een karakter-vorm (dans, fugato of vrije inventie), daarna (vanaf var. 5) gevolgd door een ‘bravoure’- variatie voor twee manualen, met toepassing van gekruiste handen. Iedere groep eindigt met een canon tussen twee bovenstemmen, gedragen door een vrije melodie in de bas, maar ook nu nauwkeurig ingebed in het oorspronkelijke harmonisch schema van de 32 maten.

Als variatie 1 en als eerste karaktervariatie schrijft Bach (zijnde ‘koninklijk Pools hof-componist’) een polonaise, een statige Poolse dans, met name gespeeld en gezongen tijdens processies rondom de festiviteiten bij een huwelijk, in de barok (maar ook in Polonaises van de Poolse componist Chopin) vooral gebruikt als instrumentale dans met het kenmerkend ritme:


De dertigste en laatste variatie is geen canon maar een quodlibet ofwel een kunstvolle potpourri, waarin Bach twee populaire liedjes uit zijn tijd muzikaal vermengt: Ich bin so lang nicht bei Dir g'west (ik ben zo lang niet bij jou geweest) en Kraut und Ruben haben mich vertrieben (zuurkool en rapen hebben mij weggejaagd). Mogelijk bedoelt Bach met dit muzikale grapje, dat al die taaie variaties (zuurkool en rapen) de melodielijn van de oorspronkelijke aria hebben verdreven van haar baslijn, maar dat de hereniging weer aanstaande is na 30 variaties: de ‘thuiskomst’ van het thema.

Bijna alle variaties staan in de majeur toonsoort G-groot, alleen de variaties 15, 21 en 25 staan in de mineurtoonsoort g-klein.

De cyclus van 32 delen bevat aldus een nauwe relatie tussen het 'geheel' en de 'details'. Reeds genoemd zijn de 32 fundament-noten in het thema. De cyclus wordt gesplitst door variatie 16, een ouverture, een nieuw begin, in twee maal 16 delen, zoals het thema zelf en elke variatie uit twee maal 16 maten is opgebouwd ('forma bipartita'). Tenslotte wordt de oorspronkelijke aria aan het eind van de cyclus herhaald, als omraming van de 30 variaties.

DE 9 CANONS

Zoals reeds vermeld is iedere derde variatie (dus variaties 3, 6, 9, 12,...) in de Goldberg-variaties een canon tussen twee boven-stemmen, gebouwd op een vrije baslijn. Bach heeft hiermee ongetwijfeld aan zijn vak- en tijdgenoten duidelijk willen maken, dat strenge structurele wetmatigheid niet hoeft te betekenen dat de muziek ook droog en academisch gaat klinken. Hij zelf genoot ongetwijfeld van de gecompliceerde uitdaging om canons te schrijven binnen een reeds vaststaand akkoordenschema. Bovendien wordt het interval waarin de antwoordende stem de vooroplopende melodie herhaalt, bij iedere volgende canon een secunde groter. Nog weer een extra complicatie voor de componist. Iedere canonische variatie, maar mijns inziens met name de variaties 12 (canon in de kwart), 15 (kwint), 18 (sext) en 21 (septiem) tonen aan hoe het ambachtelijk constructivisme Bach nooit heeft belemmerd tot het scheppen van muziek waarin de constructie naar de achtergrond verdwijnt, ten gunste van diepe emotionele inhoud.

ANNA ENQUIST

In 2008 publiceerde Anna Enquist de roman Contrapunt. Contrapunt is een psychologische roman over het verwerken van gevoelens en leed. Het boek volgt nauwgezet het compositorisch schema van de Goldbergvariaties en begint ook met een Aria, gevolgd door 30 variaties (hier 30 hoofdstukken) en als slot ook het hoofdstuk “Aria da capo.” Haar inhoudelijk-affectieve beschrijving van iedere variatie is erg subjectief en benadert de muziek op haar eigen wijze. De hoofdpersoon in de roman, een pianiste die zich stort op het instuderen van Bach’s Goldberg-variaties om de dood van haar dochter te kunnen verwerken, voelt zich verwant met Bach, omdat Bach volgens haar ook houvast zocht in deze muziek na het overlijden van een volwassen zoon en dit werk zeker niet componeerde ter verstrooiing van een diplomaat. Maar ook dit vertrekpunt is uiteraard speculatie.

TENSLOTTE

De Goldbergvariaties van Johann Sebastian Bach (1685-1750) mogen beschouwd worden als het belangrijkste klavierwerk van de 18de eeuw. Zij vormen de bekroning van Bach’s oeuvre voor klavecimbel. Alle denkbare klaviertechnieken uit zijn tijd zijn toegepast. Het werk staat bovendien aan het begin van een periode in Bach’s leven, waarin het merendeel van zijn werken door zijn tijdgenoten werd afgedaan als “ouderwets”: te ingewikkeld in harmonie en basso continuo, te complexe structuren in canon en fuga, te academisch en vooral te weinig galant en toegankelijk voor de ‘moderne’ mens in het midden van de 18de eeuw.

Bach’s antwoord op deze kritiek legde hij niet vast in een pamflet of in een verandering van stijl, maar in een reeks opmerkelijke werken, die gedurende de laatste tien jaar van zijn leven ontstonden. Daartoe behoren naast der Goldberg-variaties ook de Schübler-Choräle, het Musikalisches Opfer, de Kunst der Fuge en zijn misschien wel grootste meesterwerk ooit: de Hohe Messe. In plaats van af te zien van het gebruik van de bekritiseerde “geleerde” kenmerken van zijn stijl, verbreedde en verdiepte hij juist het gebruik van de hem vertrouwde vormen en technieken, om met deze gereedschappen eenmalige muziek te scheppen van een unieke expressiviteit en tijdloze geestelijke inhoud. Niemand heeft hem ooit daarin weten te volgen.

©JanKlb, 2015

Zegel van Joh. Seb. Bach
Leipzig 1735/1736


Bach ontwierp het familiezegel zelf. Onder de kroon kan men met enige moeite diagonaal de drie letter J, S en B herkennen. Hier over heen bracht Bach de drie letters nogmaals aan, maar nu in spiegelschrift. Enkele ranken en bladeren om deze letters completeren het zegel.

In variaties 12 en 15 uit de Goldbergvariaties wordt het antwoord van de canon (riposta) ook gespiegeld ten opzichte van de vooropgaande melodie (proposta).