Het Kistorgel






Het Kistorgel

In januari 2009 is een lang gekoesterde wens van Em.cantor-organist Jan Kleinbussink in vervulling gegaan en bezit de Grote Kerk nu permanent een eigen kistorgel voor eredienst, cantoraat en basso continuo. Gezien de specifieke functie en situatie in de Grote Kerk was het nodig een geheel nieuw concept te ontwikkelen. In nauwe samenwerking met de fa. Klop te Garderen is een orgel ontwikkeld, dat aparte registers voor het spelen van continuo-partijen bij zangers en instrumentalisten heeft een Holpijp 8-voet en een Fluit 4-voet en daarnaast een speciaal prestantregister voor koor- en ook gemeentezang-begeleiding. Deze prestant is een open houten register (vanaf c-klein) en om deze, relatief grote pijpen een plaats te kunnen geven in het orgelkastje is het instrument qua afmeting ook iets groter dan het standaard kistorgel. Daarnaast was er nog een complicerende factor: de toonhoogte van beide orgels in de Grote Kerk (hoofdorgel en daarvan afgeleid: het koororgel) is aan het einde van de 19de eeuw door het afsnijden van het historisch pijpmateriaal zodanig gewijzigd, dat de basistoonhoogte, gerekend naar de huidige muziekpraktijk, nu veel te hoog staat afgesteld (a=446/447Hz). De Prestant 8 voet van het kistorgel is op deze toonhoogte geïntoneerd en afgestemd (maar kan desgewenst terug naar 440Hz). Samenspel met het hoofdorgel en het koororgel is daardoor mogelijk.

Doordat het kistorgel twee afzonderlijke achtvoets-registers heeft gekregen naast het viervoets-register kan het orgel als continuo-instrument functioneren en, zelfs in directe afwisseling, met de 'Holtgräve'-achtvoet samenspelen met de beide andere orgels.