Het Holtgräveorgel






Het Holtgräve Orgel

De geschiedenis van het hoofdorgel in de Grote of Lebuinuskerk te Deventer vóór 1835 is nog niet volkomen duidelijk, ondanks diverse naspeuringen en archivaal onderzoek. In 1835 kwam de jonge Noordduitse orgelbouwer Johann Heinrich Holtgräve naar Deventer. Hij bouwde het huidige instrument gedurende de jaren 1836—1839 en bij dit werk nam hij vele onderdelen (o.a. de volledige zes windladen en divers pijpwerk) over uit het bestaande F.C. Schnitger-orgel . De geschiedenis van dit laatste instrument reikt ver terug tot de tijd waarin Jan Pz. Sweelinck’s grootvader en oom als organist aan de Grote Kerk verbonden waren. Bouwer en omvang van het vroegste orgel zijn onbekend. In 1616 worden in de gemeente-archieven de eerste herstelwerkzaamheden beschreven, verricht door de Arnhemse orgelmaker Jan Morlet II. Ook werd het orgel naar de Noordzijde van de kerk verplaatst. Bij deze en bij andere gelegenheden werd Jan Pz. Sweelinck als visitator betrokken. In 1664 werd een nieuwe kast voor het orgel gemaakt en was Jan Smit(s), die gedurende de periode 1663-1667 te Deventer woonde, bij de bouw van dit orgel betrokken. Zeer waarschijnlijk werd hert orgel gedurende deze jaren (1665) van de noordzijde van de kerk verplaatst naar de westzijde, naast de ingang van de toren en voor de nis, waar zich nu de eigentijdse muurschildering van Huub Kurvers bevindt. Helaas zijn er geen gegevens bewaard gebleven van de grote vernieuwing die Frans Casper Schnitger in 1720-1722 uitvoerde. Er is geen contract terug gevonden. Op 2 september 1720 besloot de magistraat, na lezing van de ‘bestekken ter reparatie van ‘t orgel der Groote Kerk, overgegeven door den orgelmaker Schnitger ‘ om ‘te accorderen over het concept, waerin mede de Vox Humana begreepen is’. Schnitger plaatste in de orgelkast uit 1665 een orgel met drie manualen en aangehangen pedaal, waarbij hij naast nieuw pijpwerk (met name nieuwe tongwerken) ook veel labiaal-materiaal uit het vroegere instrument overnam. Holtgräve deed in 1835 uitvoerige onderzoeken in het Schnitger-orgel van de Grote Kerk en had de grootst mogelijke waardering voor het historische materiaal, de windvoorziening en de constructie. Hij stelde een uitvoerig bestek op voor een nieuw orgel, uitgaande van vier manualen en pedaal en dispositie van 62 stemmen. Maar hij kon nog geen enkele referentie overleggen en het bestek werd als te breedsprakig en verwarrend beschouwd. Daarom kreeg de vermaarde orgelbouwer Bätz de opdrachteen nieuw bestek voor het orgel te maken, uitgaande van drie manualen en pedaal en een dispositie van 45 stemmen. Holtgräve en de Deventer orgelbouwer Naber tekenden beiden in op dit bestek en uiteindelijk werd het werk aan Holtgräve gegund voor de somma van fl. 9.890,—, zijnde aanzienlijk goedkoper dan Naber. Holtgräve plaatste het nieuwe instrument centraal aan de westzijde van de kerk, het front gericht op het middenschip. De gehele windvoorziening bleef echter nog op de plaats van het voormalige F.C. Schnitger-orgel, zodat de aanvoerkanalen voor de orgelwind aanzienlijk werden verlengd. Op 18 augustus 1839 was het werk gereed en de keurmeesters stelden vol bewondering vast dat ‘dit werk onder de fraaiste orgels in ons land genoemd mag worden’. Holtgräve overleed in 1844. Tien jaar na de oplevering van het instrument moest Naber alsnog aanzienlijke herstelwerkzaamheden en verbeteringen uitvoeren vanwege diverse geconstateerde problemen. Helaas hebben enkele grote ingrepen nadien het instrument ernstig beschadigd en van de oorspronkelijke luister beroofd. In de jaren 1890-1892 werd door orgelmaker P. van Oeckelen en Zn de oude kamertoon op moderne toonhoogte gebracht door alle labiaalpijpen in te korten. Ook werden alle tongwerken van Schnitger en Holtgräve verwijderd en vervangen door tongwerken in de smaak van de eind 19de eeuw. Ook werd de windvoorziening nu direct achter het instrument geplaatst, op de zolder in de hal van het Westportaal van de kerk. In de jaren 1973-1976 werd het orgel grondig gerestaureerd door de fa. Flentrop onder adviseurschap van Dr. M. Vente en werd de situatie van 1839 zorgvuldig gereconstrueerd. Alle tongwerken werden nieuw gemaakt naar kopieën van het Schnitger-orgel te Alkmaar en het orgel in de Bovenkerk te Kampen. Tevens werd de historische windvoorziening weer volledig in gebruik genomen. Thans mag het instrument weer gerekend worden tot de meest fraaie monumenten in het Nederlandse orgellandschap.

ALGEMEEN KENMERK
Van de bestaande Holtgräve-orgels: de hoge, gesloten onderkast voor de hoofdwerklade, waardoor het pijpwerk van het hoofdwerk achter een gesloten houten paneel staat en indirect en zacht in de ruimte klinkt, bijna als een soort echo-werk. Rugpositief en Bovenwerk klinken hierbij veel directer en luider in de ruimte.


DISPOSITIE    
   
Hoofdwerk   Rugpositief  
   
Prestant 16 (1839) Prestant 8 (1839)
Octaaf 8 (1722 en ouder) Octaaf 4 (1839)
Octaaf 4 (1839/1722 en ouder) Quint 3 (1839/1722)
Quint 3 (1839) Octaaf 2 (1722)
Octaaf 2 (1839/1722 en ouder) Mixtuur III-VI (1839/1722)
Mixtuur IV-VIII (1839/1722) Holpijp 8 (1839)
Sesquialter IV (1839/1722) Quintadeen 8 (1839)
Cornet V (1839) Roerfluit 4 (1839/1722 en ouder)
Bourdon 16 (1839) Fluit 2 (1722)
Roerfluit 8 (1722) Dulciaan 8 (1975 naar 1722)
Gemshoorn 4 (1838/1722) Trompet 8 (1975 naar 1722)
Fagot 16 (1975 naar 1789) Tremulant (opliggend)
Trompet 8 (1975 naar 1722) Afsluiter  
Afsluiter    
   
   
Bovenwerk   Pedaal  
   
Baarpijp 8 (1839/1722 en ouder) Prestant 16 (1839)
Octaaf 4 (1722 en ouder) Prestant 8 (1839/1722 en ouder)
Holpijp 8 (1839) Quint 6 (1722 en ouder)
Viola di Gamba 8 (1839) Octaaf 4 (1839/1722)
Open Fluit 4 (1839) Fluit 4 (1839)
Quintfluit 3 (1722) Subbas 16 (1839)
Woudfluit 2 (1722) Fluitbas 8 (1839)
Tertsfluit 1 3/5 (1975) Bazuin 16 (1975 naar 1722)
Nachthoorn 1 (1975) Trompet 8 (1975 naar 1722)
Vox Humana 8 (1975 naar 1722) Trompet 4 (1975 naar 1722)
Trompet 8 (1975 naar 1722) Afsluiter  
Tremulant (opliggend)   
Afsluiter    
   
   
Koppels:

Pedaal - Hoofdwerk
Hoofdwerk - Rugpositief (gedeeld in discant en bas)
Hoofdwerk - Bovenwerk (gedeeld in discant en bas)
Rugpositief - Hoofdwerk (gedeeld in discant en bas)